Het Yin-Yang teken komt uit het Taoïsme, een oude Chinese filosofie en levenswijze. Tao staat voor het eeuwige en het onbegrensde, de bron van alles wat bestaat. Het symboliseert de balans tussen tegengestelden zoals goed en kwaad, hemel en aarde, en het alles en het niets.
Het Taoïsme nodigt je uit om in harmonie te zijn met de natuur en het universum. Het geloven in reïncarnatie hoort hier ook bij, waarbij men opnieuw geboren wordt totdat er eenheid is met het geheel, het niets en het alles. Op dat moment is de cyclus voltooid.
In de zestiende eeuw onderzocht keizer Jia Jing de werking van meridiaankogels diepgaand. Wat lijkt op een eenvoudig spel met twee metalen kogels in de handpalm, is in feite een rustige oefening die je uitnodigt om bewust tijd voor jezelf te nemen. Qi, de levensenergie die door je lichaam stroomt, volgt meridianen die verbonden zijn met belangrijke organen en zintuigen.
Door de meridiaankogels langzaam rond te draaien in je handen, stimuleer je de energiepunten in je handpalmen. Deze zachte beweging helpt om de energie via de meridianen te verspreiden, waardoor je in een moment van verstilling kunt komen. Begin met kleinere kogels en beweeg ze linksom en rechtsom rond. Als dit soepel gaat, kun je proberen ze zo te draaien dat ze elkaar niet raken.
Als je vertrouwd raakt met deze oefening, kun je overstappen op grotere ballen, die je tot aan je vingertoppen laat bewegen. Dit maakt je handen en vingers soepeler. Verander af en toe van draairichting om het ritueel fris en aandachtig te houden. Zo kan nieuwe energie langzaam vrijkomen en ontstaat er een natuurlijke bron van rust en kracht in jou.
De meridiaankogels hebben een fijne, zachte trilling die ontstaat door je bewegingen.